Italië is zo’n wijnland waar bijna niemand echt omheen kan. Niet omdat het alleen groot is, maar omdat het overal lijkt te leveren. Van frisse bergwijnen tot warme krachtpatsers en van toegankelijke instap tot flessen van wereldniveau laat het land ieder jaar opnieuw zien dat het niet alleen kwantiteit heeft, maar ook klasse. In 2024 was Italië opnieuw de grootste wijnproducent ter wereld. Dat zegt iets over schaal. Maar het zegt nog meer als je bedenkt dat hetzelfde land tegelijk een wirwar van herkomsten, druiven en stijlen overeind houdt. De grootste kracht van Italië is tegelijk zijn risico: zoveel kwaliteit en herkenning kunnen verrassing soms verdringen.
Misschien is dat precies waarom Italië blijft trekken en schuren tegelijk. Veel wijnlanden moet je verdedigen. Italië bijna nooit. Het land lijkt vanzelfsprekend goed, bijna net zo vanzelfsprekend als de Italiaanse keuken zelf. Maar wie denkt dat Italië dus overzichtelijk is, vergist zich. Noord, midden en zuid zijn geen handige hoofdstukjes voor op een kaart. Het zijn drie totaal verschillende manieren waarop Italië zich in je glas kan gedragen. Ken je Italië echt, of herhaal je vooral een paar bekende namen totdat ze vertrouwd zijn gaan klinken? In onze podcast over Italië vertellen we je veel meer over dit mooie land.
Een land van streken
Een van de grootste misverstanden over Italië is dat het zich laat samenvatten als één wijnland met één logica. Historisch klopt dat al nauwelijks. Italië is laat één staat geworden en was daarvoor vooral een lappendeken van stadstaten, machtsblokken en regio’s met een eigen cultuur, eigen wetten en uiteindelijk ook eigen wijnideeën. Dat voel je nog steeds. Niet alleen in druiven en stijlen, maar ook in trots, taal en tafelgedrag. Italië lijkt op de kaart één land, maar gedraagt zich in wijn vaak als een verzameling streken die elkaar soms aanvullen en soms bijna tegenspreken.
Een wijn die bleef terugkomen
Misschien is dat ook waarom één fles soms zo veel kan zeggen. Tijdens de laatste avond van een eerste basiscursus wijn was er een BYO-avond en de fles die namens ons mee ging was een Ripasso van Zenato. Geen obscure cultwijn en geen theoretisch etiket om indruk mee te maken. Gewoon een wijn die werkte. Door mij en Alban werd die fles besproken, geproefd en langs allerlei woorden en smaken gelegd. Jaren later ligt er nog steeds vaak wel een Zenato bij mij in de koeling. Een guilty pleasure misschien? Of gewoon een goed huis dat precies begrijpt waarom Italië zo vaak raak schiet: technisch verzorgd, smakelijk, betrouwbaar en precies verleidelijk genoeg om terug te blijven komen. Ik denk ’t laatste, maar ik noem vaak ’t eerste!
En toch begint hier ook mijn twijfel. Want als Italië zo vaak levert, wanneer verrast het dan nog echt? Een Ripasso kan heerlijk balanceren tussen fruit, alcohol, zoetindruk en structuur. Een Toscaanse icoonwijn kan bijna foutloos zijn in zijn opbouw. Maar soms is foutloos ook veilig. Dan krijgt Italië iets dubbelzinnigs: het land dat je moeiteloos plezier geeft, maar mij als wijnliefhebber ook kan laten verlangen naar meer wrijving, meer spanning en meer onverwachte rafelranden. De wauw in het glas vind ik dan ook niet altijd.
Noord-Italië als verleiding
Voor veel wijnliefhebbers begint de verleiding van Italië in het noorden. Daar ligt ook iets herkenbaars voor reizigers. Het Gardameer, zon op het terras en wijnen die net zo vakantiewaardig kunnen voelen als het uitzicht zelf. Maar ook daar moet je oppassen voor gemak. Veneto geeft je comfort en direct plezier, Alto Adige en Südtirol trekken je juist de koelte in, en Friuli laat zien dat precisie en experiment prima in hetzelfde glas passen. Noord-Italië begint dus niet als één smaak, maar als een keuze tussen stijlen, klimaten en verwachtingen. Juist dat maakt het zo aantrekkelijk voor wie denkt dat Italië vooral breed en vriendelijk is. Achter die eerste slok schuilt vaak meer structuur dan je verwacht. En ja, ook ik ben vaak in bij ’t Gardameer geweest, onder andere bij Zenato en ben nooit teleurgesteld in de wijnen op mijn vakantie!
In Veneto zie je mooi hoe Italië tegelijk geruststellend en glibberig kan zijn. Een goede Ripasso kan een dans zijn van rijp fruit, techniek, alcohol en strakke lijnen. Maar hetzelfde gebied is ook een waarschuwing. Wie alleen de makkelijke voorbeelden drinkt, denkt al snel dat hij Veneto wel begrijpt. Terwijl daar net zo goed een wereld schuilgaat van herkomst, stijlverschil en producentkeuze. De supermarktversie van Italië is zelden de hele versie van Italië.
Midden-Italië tussen traditie en lef
In het midden van het land verandert de toon. Toscane is het deel van Italië waar bijna iedereen wel iets van kent, en juist daarom wordt het snel te vanzelfsprekend bekeken. Chianti, breed bekend (ookal kan niemand het uitspreken). Daar staan de iconen, van Chianti en Brunello tot flessen als Tignanello en Caiarossa, en daar zie je ook hoe Italië tegelijk traditioneel en rebels kan zijn. Toscane is niet groot geworden ondanks zijn rebellen, maar juist dankzij hen. Ik vertel tijdens proeverijen vaak het verhaal van de eigenwijze Bordeaux blend in de Italiaanse zon! Zonder de durf om regels open te breken, zou het midden van Italië misschien nog steeds vooral bewonderd worden om zijn naam en minder om zijn lef. Is Toscane zo groot geworden door traditie, of juist doordat een paar wijnmakers het aandurfden om daartegenin te gaan?
Toscane laat ook iets zien wat in heel Italië speelt. Erfgoed wordt er beschermd, maar niet altijd op een stille manier. Soms is bescherming bijna strijd. Soms is het koppigheid. Soms pure trots. En misschien is dat precies wat Italië als wijnland zo geloofwaardig maakt. De wijn wordt er niet alleen gemaakt om goed te zijn, maar ook om ergens bij te horen. Bij een streek. Bij een tafel. Bij een manier van leven die niet graag wordt ingeruild voor gemak. Eigenwijs zijn als een ‘way of life’ zou ik bijna stellen!
Het spannendste Italië staat nog te vaak buiten het spotlicht
Ik durf dit wel te zeggen: wie Italië alleen drinkt via zijn veilige favorieten, doet het land tekort. De spannendste wijnen staan nog te vaak buiten het spotlicht. In het zuiden liggen namelijk flessen die te snel worden weggezet als warm, stevig of te eenvoudig, terwijl daar ook een ander verhaal loopt. Hoogte. Vulkanische bodems. Zee-invloed. Finesse. Etna is daarvan het bekendste voorbeeld, maar niet het enige. Campanië en Basilicata laten al net zo goed zien dat zuid-Italië geen warm blok is, maar een gebied waar spanning en precisie nog steeds te vinden zijn voor wie beter kijkt.
Dat maakt die zuidelijke kant van Italië misschien wel het interessantst. Niet omdat het noorden of Toscane minder goed zouden zijn, maar omdat daar nog altijd iets te winnen valt. Etna-wijnen zijn inmiddels bekender geworden, maar vulkanische wijn uit Italië is nog steeds onderbelicht als je kijkt naar hoeveel karakter en eigenheid daar te vinden is. Het zuiden corrigeert daarmee ook een hardnekkig cliché. Italië is niet alleen een land van comfort, maar ook van flessen die je dwingen opnieuw te proeven.
Wijn, keuken en erfgoed aan dezelfde tafel
Wat Italië extra sterk maakt, is dat wijn er zelden op zichzelf staat. Niet los van de keuken, niet los van de streek en al helemaal niet los van het gevoel dat erfgoed iets is om te bewaren. Dat zie je niet alleen in hoe Italianen over eten praten, maar ook in hoe het land zijn herkomsten juridisch, cultureel en economisch blijft verdedigen. Italië smaakt zo overtuigend omdat het zijn streekgevoel niet heeft opgegeven aan gemak of schaal. Juist daarom kunnen wijnen uit dat land zo verschillend zijn en toch herkenbaar Italiaans blijven. Er zit bijna altijd iets van plaats, tafel en traditie in.
Dat werd voor mij opnieuw duidelijk tijdens een proeverij met focus op Piemonte bij MarcoVino. Niet omdat daar ineens alleen grote namen op tafel kwamen, maar juist omdat onbekendere wijnen daar ruimte kregen om te schitteren. MarcoVino zet zijn proeverijen neer als maatwerk, waarin proeven, ervaren en leren samenkomen, en noemt zijn Giro d’Italia zelfs een verrassend rondje door Piemonte, Veneto, Toscane, Sardinië en Sicilië. Dat past naadloos bij wat Italië nodig heeft. Niet nog meer bevestiging van wat we al kennen, maar een zetje richting wat nog open ligt. Oh en Marcovino.nl kan een mooie proeverij verzorgen, kijk vooral eens op zijn site!
Kritisch blijven is precies waarom Italië blijft boeien
Daarom werkt kritisch blijven hier ook zo goed. Niet omdat Italië door de mand valt, maar juist omdat het dat zo vaak níét doet. Je kunt mopperen op de veilige Ripasso, op de alcoholische spierballen van sommige primitivo’s, of op het gemak waarmee bekende regio’s zichzelf soms verkopen. Maar dan is er weer zo’n avond met Piemonte, of zo’n glas van een vulkanische helling, en dan gebeurt het alsnog. Dan wil je ineens in de auto stappen, een producent bezoeken en proeven waar die perfectie vandaan komt. Het is net niet te rijden vanaf Arnhem en dat is misschien maar goed ook! (Voor de portemonnee althans).
Misschien moet je Italië daarom ook niet benaderen als een wijnland dat je ooit af kunt vinken. Daarvoor is het te groot, te eigenwijs en te veel opgebouwd uit streken die hun eigen verhaal zijn blijven vertellen. Luister dus vooral de podcast en kijk daarna nog eens opnieuw naar Italië. Niet als een land dat je al kent, maar als een land dat je misschien net iets te snel dacht te begrijpen. Kies je dan voor de zekerheid van wat altijd goed is, of voor de fles die je weer even aan het twijfelen brengt?
Auteur: JT Winetasting & De Kurk Is Er Af